Als docent in het praktijkonderwijs zet u thema’s (met opdrachten) voor uw leerlingen klaar. U bepaalt per leerling aan welk thema de leerling gaat werken. U kent een thema aan een leerling toe en u kunt bepalen welke opdrachten binnen het thema de leerling uit gaat voeren. De praktijkbronnen zijn altijd aan een opdracht gekoppeld. Deze hoeft u niet apart toe te kennen. U kunt een thema aan een individuele leerling maar ook aan een hele groep tegelijk toekennen.
In PrOmotie digitaal zit de mogelijkheid dat uw leerlingen zelf thema’s (met opdrachten) aan zichzelf toekennen. U bepaalt met uw collega’s of u deze functionaliteit wenselijk vindt of niet. Deze functionaliteit is uit te schakelen.
Binnen PrOmotie digitaal is er per leerling een werkoverzicht. In dit overzicht kunt u zien hoe ver de leerling met zijn werk (opdrachten) is. U kunt zien welke opdrachten de leerling nog moet maken, met welke opdrachten de leerling bezig is en met welke opdrachten de leerling klaar is.
U kunt vanuit de
PrOscan leerobjecten aan een leerling toekennen. U bepaalt aan de hand van de PrOscan welk gedrag van de leerling bevorderd moet worden. U kiest de gedragsindicator en het systeem genereert automatisch die leerobjecten die op dat gedrag gericht zijn. U bepaalt welke van die leerobjecten u aan de leerling toekent. Zo zal een leerling die vaak te laat aanwezig is opdrachten gericht op ‘tijd’ en ‘op tijd komen’ moet doen, terwijl een leerling die altijd vroeg is deze kan overslaan. Competentiegerichter kan niet!
Omdat het doen centraal staat in opdrachten zal een leerling aan de arbeidstoeleidende thema’s kunnen werken als hij stage loopt. De leerling kan in de onderbouw al werken aan de thema’s die zijn gericht op zelfredzaamheid.