U leest in dit voorbeeld over leerling Daan. Daan zit op een praktijkschool en werkt aan de leerlijn Praktijk en Loopbaan in de digitale leeromgeving van PrOmotie digitaal. Aan de hand van de belevenissen van Daan zetten wij de belangrijkste onderdelen uit de digitale leeromgeving voor u op een rijtje.
Het is dinsdagmorgen. Daan zit in de klas. Hij heeft net de computer opgestart en logt in op PrOmotie digitaal. Daan kijkt met welke opdrachten hij aan de slag kan. Op zijn scherm ziet hij dat hij op dit moment werkt aan twee thema’s.
De vorige keer stond het thema ‘Ik verzorg thuis de tuin en het balkon’ er nog niet bij. Daan klikt het nieuwe thema aan en start het inleidende filmpje op. De andere thema’s hebben ook inleidende filmpjes die je als eerste moet bekijken. Dit filmpje gaat over alles wat je moet doen als je thuis een tuin of balkon hebt. Je moet de tuin of het balkon netjes houden en onderhouden. Eigenlijk is het net als bij het thema ‘Ik doe mijn huishouden’. Je kunt later wel op jezelf willen wonen, maar dan moet je bepaalde dingen wel regelen. Zoals je huis schoonhouden en de tuin onderhouden.
Nadat Daan het filmpje heeft bekeken, kijkt hij welke opdrachten hij bij dit thema gaat uitvoeren. Het zijn er drie. Waarschijnlijk horen er meer opdrachten bij dit thema, maar hij hoeft ze nu blijkbaar niet allemaal uit te voeren.
Daan opent de opdracht ‘Grasmaaien’ door erop te klikken. Op het scherm leest Daan wat hij moet doen. Er staat dat hij het gras moet gaan maaien. In de opdracht zelf staat niet hoe hij dat moet doen. Daarvoor kan hij de praktijkbronnen gebruiken. De praktijkbronnen staan naast de opdracht en Daan kan een praktijkbron openen en uitprinten.
Daan print de opdracht en één praktijkbron uit, logt uit en pakt zijn printjes. Even later staat Daan in de schooltuin het gras te maaien. In de praktijkbron leest Daan hoe hij dat moet doen. Na het grasmaaien knipt Daan de kantjes. Daan krijgt een rood hoofd van al dat bukken en zijn rug begint zelfs een beetje pijn te doen.
Een docent heeft Daan tijdens het grasmaaien geobserveerd. Het is hem opgevallen dat het grasmaaien al best goed ging, maar dat er ook dingen beter konden. Zo heeft Daan tijdens het kantjes knippen geen goede lichaamshouding. Hij kan beter door zijn knieën gaan dan dat hij steeds maar weer bukt. Ook is Daan tijdens het maaien soms iets te snel. De docent ziet dat Daan stroken gras vergeten is.
Later die dag vult de docent op de computer de
PrOscan voor Daan in. Hij geeft het gedrag van Daan een score. Hij leest stellingen over het gedrag van Daan en hij geeft elke stelling op een vierpuntsschaal een score. Als de docent vindt dat Daan iets boven verwachting doet, dan kan hij ook een vijfde optie kiezen.
In dit geval beoordeelt de docent de stelling ‘Hij zet zich volledig in’ met een 4, de stelling ‘Hij werkt op een nette manier’ met score 2 en de stelling ‘Hij heeft een goede houding tijdens het gebruiken van gereedschappen en materialen’ krijgt score 1.
Na het geven van de score bekijkt de docent de PrOscan van Daan. Het blijkt dat de score van Daan ten aanzien van een juiste lichaamshouding laag is. De docent kent een leerobject toe. Dat leerobject heeft als doel het gedrag te bevorderen dat Daan laat zien ten aanzien van zijn lichaamshouding.
Het is donderdagmorgen. Daan heeft net op PrOmotie digitaal ingelogd. Daan ziet dat hij een leerobject van zijn docent heeft gekregen. Het leerobject gaat over een goede lichaamshouding. Bij het leerobject zit een bron. In de bron wordt uitgelegd hoe je op de juiste manier staat, zit, tilt en bukt. In het leerobject staan ook activiteiten. Daan voert de activiteit uit. Hij laat zelf zien hoe je op de juiste manier staat, zit, tilt en bukt. Een klasgenoot maakt er steeds foto’s van. Daan laat ook zien hoe je niet moet staan, zitten, tillen of bukken. Ook daar worden foto’s van gemaakt. Daan maakt een poster met de foto’s: zo moet het wel en zo moet het niet.
Een maand later krijgt Daan de opdracht om thuis het gras te maaien. Deze opdracht heeft de docent zelf in PrOmotie digitaal ontwikkeld. De moeder van Daan krijgt van de docent per e-mail het verzoek om Daans gedrag te meten. Ze klikt op het bijgeleverde linkje en opent zo een online vragenlijst. Ze ziet een aantal stellingen. Ze geeft per stelling een score op de vierpuntsschaal. Daan heeft het volgens haar prima gedaan. Dat grasmaaien komt wel goed als hij op zichzelf gaat wonen!