De PrOscan is het hart van PrOmotie digitaal. Het is een meet- en volginstrument. In de PrOscan draait het om competenties en de daarbij behorende gedragsindicatoren. Gedragsindicatoren zijn elementen van gedrag die bij een specifieke competentie horen. Het gaat daarbij om gedrag dat de leerling laat zien in een praktijksituatie. Dat kan een praktijksituatie thuis zijn, maar ook één in een beroepssituatie.
De gedragsindicatoren kunt u meten. U bepaalt welke gedragsindicatoren u wilt meten en het systeem maakt daar een online vragenlijst van. U kunt deze vragenlijst via het systeem naar beoordelaars mailen. Binnen de PrOscan gaan we uit van 360 graden feedback. Iedereen die iets kan zeggen over het gedrag dat de leerling laat zien, kan dat gedrag beoordelen (meten). Zo kunt u het gedrag meten, een collega, een ouder, een klasgenoot, een stagebegeleider, de leerling zelf enzovoort. Overigens houdt u de regie over de metingen. Zo kunt u er voor kiezen een minder betrouwbare meting niet mee te laten tellen.
De meetresultaten van alle beoordelingen kunt u in de PrOscan van uw leerling terugvinden. Uit de PrOscan zal blijken welk gedrag wel en welk gedrag niet bevorderd zal moeten worden. De PrOscan kan bij elke gedragsindicator leerobjecten genereren. Alle leerobjecten in die selectie zullen gericht zijn op het bevorderen van het bedoelde gedrag in de gedragsindicator. U bepaalt zelf welk specifieke leerobject u aan uw leerling toekent.
In de PrOscan spelen de trajecten (onderdelen van het streefprofiel van een leerling) een belangrijke rol. U bekijkt de meetresultaten altijd ten aanzien van een traject. Zo weet u precies hoe ver een leerling is binnen dat onderdeel (traject) van zijn streefprofiel.
In PrOmotie digitaal zijn trajecten opgenomen. Er zijn trajecten die zijn gericht op arbeid en er zijn trajecten die zijn gericht op zelfredzaamheid. Daarnaast kunt u ook zelf trajecten bepalen en in PrOmotie digitaal opnemen.